|
.
| Revalideren re·va·li·de·ren werkwoord ik revalideer, jij/u revalideert, revalideer jij?, hij/zij/het revalideert, wij revalideren, jullie revalideren, zij revalideren, ik revalideerde, jij/u revalideerde, hij/zij/het revalideerde, wij revalideerden, jullie revalideerden, zij revalideerden, hij/zij/het is gerevalideerd 1 jezelf weer leren redden nadat je een ongeluk hebt gehad of ernstig ziek geweest bent | |
 |
Dit deel van de site geeft aandacht aan het lange en intensieve proces van
1. binnenkomen in een revalidatiecentrum
2. voorbereiden om weg te gaan
3. daadwerkelijk weg gaan uit het revalidatiecentrum
4. weer terugkomen in het revalidatiecentrum met vragen.
Zoals hierboven blijkt is het revalidatiecentrum een niet onbelangrijk onderkomen voor iedereen die er ooit moest verblijven. Je komt veel nieuwe dingen tegen en moet veel antwoorden zoeken. Daarover gaat dit hoofdstuk. Zonder diep in te gaan op de onderwerpen krijg je wel een indruk hoe het werkt. Wil je meer weten over een bepaald gedeelte dan wijst een linkje je de weg.
In Het Revalideren lees je wat je nu eigenlijk leert tijdens het revalideren. Als je daadwerkelijk Naar Huis gaat zijn er veel dingen waarvan het handig is om van te voren te weten.
Sommigen zeggen dat het echterevalideren pas begint als je thuis komt. Daarom vind je in Nazorg een uitgebreid verhaal over wat je zoal tegen kan komen. Hier gaan we wel wat dieper in op het onderwerp. |
| . |  |
 |  |
|
|